Kutten

Vanochtend stelde een studiegenoot mij de vraag: “Maar is je leven er nou ook echt beter op geworden sinds je geen computer meer hebt?” Ik antwoordde meteen bevestigend, zonder daar direct een goede onderbouwing bij te kunnen geven. Ja, mijn leven is er beter op geworden. Ik ‘werk’ alleen op de uni en fiets rond het avondeten naar huis, dan zit het erop. Soms moet ik in de avond nog wel wat teksten lezen voor m’n studie ofzo, maar eindeloos achter m’n computer kutten is er niet meer bij.

Vandaag merkte ik het verschil. Mijn broertje heeft z’n laptop hier achtergelaten om door mij even opgeschoond en naar Windows 10 geüpgraded te worden. Enigszins opgewonden over het feit dat ik weer een paar uurtjes met een computer kon lopen kutten (excuses voor het veelvuldige gebruik van dit woord, het omschrijft nu eenmaal het helderst wat ik op een computer doe), fietste ik vanmiddag na college meteen maar huis om ermee aan de slag te gaan. De halve dag sleurt de computer me nu al uit de huiskamer naar m’n kamer, waar ik me vervolgens erger aan traag internet, ruzie heb met een onofficiële versie van Office die niet in het Nederlands wil, met instellingen speel, intussen m’n mailtjes probeer te antwoorden, het nieuws check en de nieuwe features van Windows 10 verken. M’n hoofd loopt over, ik ben onrustig en heb de hele tijd het gevoel dat ik nog van alles moet doen. De aantrekkingskracht van de computer en alles wat je er (tegelijkertijd) mee kunt blijkt te groot voor mijn hoofdinhoud.

Daarentegen heb ik (vanwege het vele leeswerk voor m’n studie) sinds kort wel m’n oude iPad mini weer in gebruik. Ik twijfelde sterk over deze keuze, maar de beperkingen en eenvoud van het apparaat maken dat ik er totaal anders mee omga. Als ik een tekst moet lezen, lees ik die tekst. Torrents downloaden kan niet. Zware apps kan ‘ie niet aan. Er valt weinig mee te kutten. Het is gewoon een scherm met apps die doen wat ze moeten doen. Niet nachtenlang proberen m’n computer te triple-booten, telefoons rooten, experimenteren met programmeren, duizend dingen tegelijk doen en er na 10 uur achter komen dat je eigenlijk nog niets hebt gedaan van wat je moest doen.

En zelfs de afleidingen die op een tablet wél kunnen (9Gag, twitter, series kijken) duiken veel minder snel op. Ten eerste omdat m’n scherm gevuld is met één ding tegelijk. Ten tweede omdat ik m’n tablet doelmatig gebruik: ik pak ‘m wanneer ik er iets mee moet doen en leg ‘m weer weg als ik daarmee klaar ben. ’s Nachts liggen m’n telefoon en tablet niet op m’n kamer, zodat ik ze pas weer zie wanneer ik gedoucht en gegeten heb en aan de dag ben begonnen.

“Je bent wel streng voor jezelf hoor,” zegt de studiegenoot. Dat lijkt inderdaad zo, maar als m’n telefoon wel op m’n kamer ligt, raak ik er al snel de halve ochtend in verloren en voel me dan de rest van de dag nutteloos en onrustig. Hetzelfde geldt voor m’n laptop, maar dan gaat het soms om hele dagen. Blijkbaar kan ik gewoon niet zo goed omgaan met de eindeloze verleidingen van de moderne technologie. En dan kan ik mezelf maar beter een handje helpen.