Jannie

‘Maar ja, het blijft een buitenlander hè!’ zegt Jannie met haar rauwe zestigjarige rokersstem. Jannie en ik zien elkaar elk jaar op de verjaardag van haar neefje en kletsen dan gezellig even bij. Ze blijft even stil in afwachting van een bevestiging van mijn kant, maar die blijft uit. Van alle woorden die ze gezegd heeft, is het die laatste ‘hè’ die me het meest boos maakt. De ‘hè’ verandert wat tot nu toe niet meer dan een persoonlijke mening was in een gezamenlijke mening, een vanzelfsprekendheid, een natuurfeit. De ‘hè’ verdeelt de wereld in twee groepen: de mensen die het met Jannie eens zijn en de mensen die dat niet zijn. De ‘hè’ geeft me de keuze tussen instemmen of oprotten. Ik heb in beide geen zin en kies voor de veilige middenweg: ik haal twee nieuwe biertjes voor ons.

Onderweg naar de tap woedt in mij de hevige strijd die altijd de kop opsteekt in dit soort situaties. Ik moet iets doen, maar wat? Precies dit soort polariserende uitspraken is er volgens mij de oorzaak van dat de samenleving steeds meer verdeeld raakt. Kunstmatige grenzen creëren om vervolgens de mensen aan de andere kant van de grens zwart te maken. Waarom zeg ik dat niet gewoon tegen haar? Ben ik bang om in de groep ‘mensen die het niet met Jannie eens zijn’ geplaatst te worden? Verloochen ik wat ik belangrijk vind omwille van de gezelligheid?

Pas als ik veel later die nacht weer op de fiets naar huis zit, besef ik me wat er precies gebeurd is. Jannie’s opmerkingen riepen zoveel irritatie bij me op dat ik meteen in aanvalshouding schoot. Nog voordat Jannie dat kon doen had ik de wereld zélf al in twee groepen verdeeld en ons lijnrecht tegenover elkaar geplaatst. Dan zijn de enige twee mogelijkheden inderdaad confronteren of negeren. Maar is dat niet precies het polariserende soort denken waar ik haar om veroordeelde? Had ik, als ik op mijn strepen was gaan staan, zelf niet evengoed bijgedragen aan de verdeling in de samenleving?

Ik had haar bijvoorbeeld kunnen vragen wat haar dan zo dwars zit aan ‘die buitenlanders’, of waarom ze het zo belangrijk vindt om er altijd maar weer over te beginnen. Wie weet was het wel een heel ander gesprek geworden. Nu heb ik niet eens geprobeerd naar haar verhaal te luisteren.

Volgend jaar is haar neefje weer jarig, dan proberen we het gewoon nog een keer.