Happy Ending

“Ik weet ook wel, elk einde is een nieuw begin enzo, maar dat maakt het einde niet minder kut.” De vrouw tegenover me kijkt me begripvol aan terwijl ze zachtjes mijn vingers een voor een masseert. Ik zit in een tipi op een festival en krijg een ‘handmassage met happy ending’. De happy ending blijkt weinig met een handpalmorgasme te maken te hebben (dat leek me wel spannend) maar heeft desalniettemin iets intiems. Terwijl mijn handen teder gemasseerd worden, hebben we een existentieel gesprek over wat voor mij nu een happy ending is. Ik kan niets bedenken. Eindes zijn nu eenmaal niet leuk. Ik word al verdrietig van het einde van een feestje. En nu moet ik over een week ook nog het huis uit waar ik al drie jaar lang woon.

De afgelopen tijd ben ik me langzaam maar zeker mentaal gaan voorbereiden op het naderende einde. Voorzichtig vast een paar verhuisdozen inpakken (terwijl mijn huisgenoten de hele avond dramatisch deden alsof het al mijn laatste avond was). Nadenken over welke dingen ik vooral níet ga missen (in mijn hoofd heb ik al een hele lijst samengesteld: lange haren in het doucheputje, lange haren tussen mijn was, lange haren in m’n eten, diepvriespizza’s die soms ineens in het niets verdwijnen, het vieze plasje met exotische bacteriën onderin de koelkast). Maar nu het eenmaal zover is, blijkt het allemaal weinig geholpen te hebben.

Eerder deze week hadden we een hospiteeravond voor mijn kamer. Achteraf dronken en praatten we nog wat na. Ik lag nogal oncharmant op mijn buik op de bank, mijn shirt een beetje omhoog gekropen, en probeerde mijn hoofd precies zo te draaien dat ik bier kon drinken zonder me verder te hoeven bewegen. Plotseling besefte ik me hoe ontzettend thuis ik me hier in de afgelopen drie jaar was gaan voelen.

Ik zag weer even voor me hoe ik hier drie jaar geleden binnenkwam. Op een van mijn eerste dagen zaten twee huisgenoten in de woonkamer te lunchen en vroeg ik verlegen of ik er ook bij mocht komen zitten. Drie jaar later hang ik zo’n beetje elke dag in een slobberbroek op de bank en giet mijn huisgenoten (nu zonder daar eerst netjes toestemming voor te vragen) vol met koffie. Toen ik binnenkwam was ik net terug van een half jaar in Taizé. Ik miste die plek, miste een thuis, voelde me instabiel en had geen idee wat ik met het leven aan moest. Nu, drie jaar later, voel ik mij helemaal op mijn plek en stabieler dan ooit. Oké, ik heb nog steeds geen idee wat ik met het leven aan moet, maar ik heb in ieder geval een groep mensen om mij heen die daar ook geen idee van heeft en bij wie ik me door en door thuis voel.

De massagemevrouw kijkt me glimlachend aan terwijl ik wakker word uit mijn overdenkingen, “klinkt toch best als een happy ending, of niet?” Ik glimlach terug, ze heeft gelijk. “Maar ik had toch liever een happily ever after gehad.”