Filterbubbel

Rondom de Amerikaanse presidentsverkiezingen dook regelmatig het woord ‘filterbubbel’ op: het fenomeen dat men – doordat digitale media als Facebook en Google gebruikers vooral informatie tonen die ze willen zien – nauwelijks nog geconfronteerd wordt met berichten die de eigen opvattingen weerspreken. Zo zouden we allemaal steeds meer in onze eigen geïsoleerde ‘bubbels’ belanden, veilig beschermd tegen de confronterende werkelijkheid.

Als uit een dorp afkomstige student heb ik de indruk dat die bubbel helemaal niet zo’n nieuw fenomeen is. Ik sta met één been in een stad waar iedereen er bij voorbaat al van uitgaat dat je links-progressief bent en met het andere been in een dorp waar je eerder iets uit te leggen hebt als je geen VVD, CDA of PVV stemt. ‘De VVD’er’, die door mijn medestudenten zo ongeveer als het ultieme kwaad wordt gezien, is thuis mijn beste vriend. In beide werelden omgeeft men zich al jaren graag met media die de eigen opvattingen bevestigen. Vóór Facebook waren er reeds De Telegraaf en de Volkskrant. En hadden we enkele decennia eerder onze samenleving zelfs niet volledig ingericht aan de hand van ‘bubbels’, tot aan scholen en zorginstellingen toe?

De filterbubbel is geen nieuw verschijnsel. Wat me echter zorgen baart is de toenemende ontmenselijking van hen die zich buiten de eigen bubbel bevinden: die ‘wereldvreemde intellectuelen’ of ‘domme Telegraaflezers’ met hun achterlijke ideeën. In plaats van ons te verdiepen in de denkbeelden van de ander, worden we liever bevestigd in wat we toch al dachten. En in dat proces wordt de andersdenkende steeds een beetje minder mens.

Het klinkt misschien wat radicaal, maar ik probeer de laatste tijd weleens oprecht naar iemand te luisteren zonder meteen dicht te klappen of heel hard te roepen dat ik het niet met hem eens ben. Ik probeer weleens de keerzijde van een verhaal te zoeken dat Marianne Thieme op Twitter gooit, in plaats van het meteen verontwaardigd te retweeten. Ik sla zelfs van tijd tot tijd de Elsevier open. Doodeng. Wat nou als blijkt dat ik net als die ander niet alle wijsheid in pacht heb? Dat die ander eigenlijk ook het beste met de mensheid voor heeft? Dat ik vaak ook maar gewoon een beetje napraat wat ik in mijn eigen bubbel hoor? Wat nou als de andersdenkende niet het ultieme kwaad is? Stel je voor…