De derde beeldenstorm

Van tijd tot tijd voel ik als niet-symboolblinde (symboolziende?) protestant de behoefte om naar een katholieke viering te gaan. Zo ook deze zondag in mei. Vol liefde voor de diepte van de katholieke liturgie vleide ik neer in de krappe katholieke kerkbankjes van de kerk bij mij om de hoek.

De overdenking van de pastoor begon met een herinnering aan de merkwaardige uitnodiging die hij vorig jaar van de protestantse kerk (mijn gemeente dus) had gekregen om gezamenlijk de 450e verjaardag van de beeldenstorm te vieren. Tierend vroeg hij zich af wat er dan precies te vieren viel. Het vernietigen van alles wat voor de gelovigen van waarde was? Het opleggen van een nieuwe doctrine van een kleine elite aan de gewone gelovige? Het verlies van de Grote Kerk en het begin van een lange dwaaltocht langs vele zolders en schuilkerken? Gedenken wellicht, maar vieren?

Na nog een tirade over ‘de tweede beeldenstorm’ kwam de pastoor uit bij ‘de derde beeldenstorm’, recentelijk ingeluid door het veelbesproken spotje van Kerk in Actie waarbij het beeld van Jezus verscheurd wordt onder het motto ‘geloven in delen’. Blijkbaar, redeneerde de pastoor, is het nodig voor de kerk om haarzelf en alles wat haar dierbaar is te verscheuren om een beetje aandacht te krijgen. Hij bad dan ook dat de zusterkerken op deze onbegrijpelijke actie zouden terugkomen.

U zult begrijpen dat ik als protestant lichtelijk opgelaten in het kerkbankje zat. Toch kon ik mij de frustratie van de pastoor ook wel voorstellen. Onder het motto van progressie heeft de kerk zich de afgelopen decennia steeds meer zelfkritiek en zelfspot eigen gemaakt. Een ontwikkeling die op zich prima is voor een dergelijk log en vastgeroest instituut, net als dat de zelfkritiek van Luther goed en terecht was en de nodige verfrissing teweegbracht. Maar soms lijkt het wel of het progressieve deel van de kerk enkel nog bij gratie van zelfontkenning bestaat.

Zou het niet mooi zijn als de kerk in deze toch al zo cynische tijd juist een ander geluid liet horen? Een tegengeluid voor het cynische idee dat het zinloze bestaan slechts een beetje verlicht kan worden door te consumeren. Het geluid dat er dingen zijn in het leven die de moeite waard zijn om in te geloven. Daarin moeten we elkaar als verschillende kerken toch kunnen vinden?