Alors on danse

Ik studeer. Wat is de zin? Acht jaar studeren om er veertig te kunnen werken. Geld verdienen. Schulden maken. Afbetalen. Voor je het weet staat de deurwaarder voor de deur. Zit je diep in la merde.

Ik hunker naar de liefde. Wat is de zin? Kinderen. Voor altijd samen. Toch maar niet, want ja. Liever samen dan alleen, zeiden ze, maar een probleem komt zelden alleen. Crisis. Hongersnood. Wereldproblemen.

Brak word ik wakker. Wat is de zin? Beter ga ik stappen, hoef ik het niet te voelen, er even niet aan te denken. Je zinnen verzetten, zeiden ze, maar die heb ik niet. Dus nu dans ik maar. Wat moet ik anders? Ik dans. Ik dans. Ik dans.

De hemel, dit is de hemel. Mijn hoofd in de hemel. Mijn hoofd is de hemel. Ik wil meer.

De stenen hemel op z’n kop. Lig ik toch weer op de aarde. Het is ook een keertje klaar, zeiden ze, maar het is nooit klaar. Dat weet ik. En daarna is er altijd nog meer. Ik wil het niet meer weten. Handen op m’n oren.

Ik hoor je niet! Ik hoor je niet! Lalalalalalalalalalalalalala lalalalalalalalala lalalala lalalalala

Adem eindelijk, m’n voeten staan stil. Maar de muziek is nog niet afgelopen. Wat moet ik nu? Ik kan toch nog niet stoppen?

Dus nu dans ik maar. Wat moet ik anders? Ik dans. Ik dans. Ik dans.

En daarna… … is er altijd nog meer.