Column

Stammenstrijd

Pegida demonstratie Utrecht

Begin deze maand was ik, sensatiezoeker, even op het Vredenburg gaan kijken bij de groot aangekondigde eerste Pegida-demonstratie van Nederland. Ik liep rustig wat over het plein, langs de groepjes Duitsers die waren meegereisd, langs de Nederlanders die trots de driekleur bij zich droegen, langs een paar Marokkaanse jochies die fel discussieerden met de politie, langs een paar hippies met roze borden met ‘I love Islam’ erop. Ik wist verder ook niet zo goed wat ik daar deed, dus ik bleef maar rondlopen, van de ene naar de andere kant en weer terug.

Uiteraard keurde ik – hoogopgeleid, grote stad, etc. – die slechterikken van Pegida af. Maar terwijl ik tussen ze liep, begon ik mijn mening wel een béétje simpel te vinden. Een mening hebben is makkelijk wanneer je je thuis achter je krant verschuilt, nu zag ik échte mensen: verschrikkelijke zelfvoldane kereltjes, maar ook bezorgde huisvrouwen. En toen de spreker begon over de houding tegenover homo’s in de arabische wereld, herkende ik een stukje van de angst van die mensen om me heen in mijzelf. En de hippies, zij waren niet alleen maar lief en vrolijk, maar al net zo hatelijk richting de ‘nazi’s’ als Pegida richting de islam. Ik voelde een lichte walging jegens hun vermeende morele superioriteit. Mijn heen-en-weer-bewegen verloor zijn doelloosheid en werd een bewust weigeren stil te staan, partij te kiezen. Dit had helemaal niks met de complexe realiteit van (arabische) moslims in Europa te maken, dit ging over meningen schreeuwen, je gelijk willen krijgen, een stammenstrijd in een modern jasje.

Nadat ik een half uur hand rond gelopen, sloeg de vlam in de pan. Van alle kanten kwamen tegendemonstranten, er werd geschreeuwd, mensen vlogen elkaar aan, en voor ik het door had, stond ik aan de kant van de antifascisten met een brede rij politie tussen mij en de Pegida-aanhangers. Om mij heen schreeuwde iedereen ‘Nazi’s raus!’ Tegenover ons schreeuwden ze andere dingen die ik niet kon verstaan, maar die – aan de boze gezichten en vliegende bierblikjes te zien – vast ook niet heel vriendelijk waren. Hoe groter de politie de afstand tussen de twee partijen maakte, hoe makkelijker de meningen heen-en-weer werden gesmeten. En de werkelijkheid? Die lag ergens onopgemerkt in de stilte tussen de politieblokkades. Net als mijn fiets.