Column

Oppervlakkigheid

Er is alweer bijna een jaar verstreken sinds ik u voor het eerst in Volzin met mijn gedachten lastigviel. Dat is misschien wat kort voor een uitgebreide terugblik of uitgave van mijn verzamelde werken, maar ik kan het toch niet laten heel even over mijn schouder te kijken. De reacties op mijn columns vielen grofweg in twee categorieën: ‘Het gaat wel altijd over seks, bier of drugs hè!’ en ‘Ik mis wel een beetje de diepgang’. Dergelijke feedback gaat mij als levensdenker natuurlijk aan het hart. Daarom bij deze een diepgaande preek, een preek over oppervlakkigheid.

Er was een tijd waarin ik geloofde dat er een Antwoord was en dat het leven één grote spannende speurtocht was naar dat Antwoord. Ik zocht in evangelische kerken, in afgelegen boeddhistische kloosters en in cd’s waarop een zwoele vrouwenstem mij de weg wees naar mijn diepste ik. Ik vond het allemaal prachtig, schreef pagina’s vol met wijze dingen. Alles wat ik meemaakte, maakte deel uit van iets groters dat ik (nog) niet begreep. Ik groef steeds dieper en ooit zou ik definitief door de aardkorst breken om de kern van het bestaan in al zijn glorie te aanschouwen.

En toen, totaal onverwacht, stortte het aardoppervlak onder mijn voeten in. Mijn ouders gingen uit elkaar, mijn droom om dominee te worden spatte uiteen, elk stukje grond om op te staan was ineens verdwenen. Maar in plaats van een stralende kern zag ik… niets. Ik zakte diep weg in die leegte, ik bad en schreeuwde, sloeg wanhopig met mijn armen om me heen in de hoop toch nog ergens houvast te vinden, maar tevergeefs. Zo dreef ik maandenlang verslagen rond in de ruimte. Tot ik ineens een sprankje vrede ontdekte, eerst nog klein en sporadisch, maar toen steeds vaker.

Het leven was een oppervlak zonder iets eronder, zonder Antwoord, maar dat maakte me ineens niet meer wanhopig. Voorzichtig stak ik mijn hoofd weer boven de aardbodem en ik was verbaasd over hoe mooi alles eigenlijk was. Ik was zo hard aan het graven geweest dat ik was vergeten af-en-toe gewoon eens om me heen te kijken. Ik klom uit mijn kuil en begon weer rond te lopen. Ik huilde soms om wat ik verloren had, maar ik genoot van de mensen, de verhalen, de natuur, en… seks, drugs en bier. Het oppervlak is alles wat ik nog heb, maar ik wil niets liever.