Een Padvinder

Opgebrand

1 maart 2019

In de afgelopen drie jaar heb ik meerdere leeftijdgenoten ten prooi zien vallen aan een burnout; energieke mensen die vol enthousiasme in het leven stonden werd van de ene op de andere dag iedere handeling te veel. Het zorgwekkende aan hun verhalen vind ik dat er maar zelden sprake was van een duidelijk aanwijsbare reden. Van buitenaf gezien lijken de meeste van hen zelfs ontspannen twintigers-levens te leiden met relatief weinig verantwoordelijkheden en genoeg geld en vrije tijd om leuke dingen te doen, een luxe die onze leeftijdgenoten zich enkele decennia terug maar zelden konden veroorloven. Hoe kan het dat zovelen dan ineens ‘opgebrand’ zijn?

Vaak wanneer ik deze vraag stel, krijg ik het antwoord ‘dat je tegenwoordig zoveel moet’, gevolgd door een opsomming van wat dan zoal: een actief sociaal leven leiden, op avontuurlijke vakanties gaan, carrière maken, mooi wonen (het liefst ergens op die drie procent van het Nederlandse grondgebied waar de huur niet te betalen is), gezond en als het kan ook nog een beetje duurzaam eten, sporten, interessante series kijken, op de hoogte zijn van en een mening hebben over de actualiteit en uiteraard van alle voorgaande zaken verslag doen op social media.

De vraag waarom dat allemaal moet kan men vervolgens maar zelden beantwoorden. En daar zit volgens mij precies het probleem. ‘Vroeger’ moest je op onze leeftijd óók van alles, zoals een huis hebben en een gezin stichten met iemand van het andere geslacht; dat moest van God, of van je omgeving, of gewoon omdat het zo hoorde. Hoe dan ook was duidelijk wat ‘het goede leven’ inhield.

De postmoderne mens heeft dergelijke beklemmende zingevingskaders (goddank) achter zich gelaten, maar raakte in paniek van toen hij de leegte zag die achterbleef. Wanhopig klampte hij zich vast aan iedere strohalm die zijn leven mogelijk een sprankje betekenis kon geven. Wie gaf ons de spons waarmee we de hele horizon konden wegvegen, vraagt Nietzsche’s dwaas zich angstig af. Waar begeven wij ons heen? Dolen wij niet rond, als door een oneindig niets? We kunnen niet zomaar onze zingevingskaders weggooien en verwachten dat het wel goed komt, we zullen op z’n minst zelf aan de slag moeten met de vraag wat de juiste richting is; anders tollen we inderdaad doelloos door de ruimte, continu heen en weer geslingerd door alles wat op ons pad komt. Niet gek dat je dan een keer opgebrand raakt.