Een Padvinder

Januari

1 februari 2019

Ik heb me vandaag maar de moeite bespaard de gordijnen open te doen, ik weet al wat zich aan de andere kant bevindt. Motregen, grijze lucht, een dag die maar met moeite een beetje dag heeft kunnen worden, net als gisteren, net als eergisteren. Ik slaag erin vanuit mijn bed het koffieapparaat aan te zetten en rol weer terug op mijn rug. Er moet van alles vandaag. De strakke planning die ik gisteren in een vlaag motivatie voor vandaag heb gemaakt, startte drie uur geleden. Ik zet wat porno aan, maar het weet me niet te boeien.

Op internet lees ik de vertrouwde adviezen: zorg voor een dagritme, eet gezond, beweeg voldoende. Tot ongeveer half januari weet ik me daarmee over het algemeen prima staande te houden, maar op een gegeven moment is het klaar. Ook dan zijn er oplossingen in overvloed: reisjes naar Marokko en UV-lampen, beide in diverse uitvoeringen vanaf 200 euro, beloven je winterdip als sneeuw voor de zon te doen verdwijnen. Wie maar hard genoeg zijn best doet, hoeft nooit ongelukkig te zijn.

Het laatste gepruttel van het koffieapparaat sterft weg. Ik schenk een veel te grote bak in, kruip onder mijn dekbed en zet een superheldenfilm aan die ik na een kwartier verveeld weer afzet. Hoe typisch voor onze tijd, denk ik, om de winterdip gelijk weg te willen poetsen. En hoe jammer. Wat nou als we de winterdip niet als straf maar als zegen zouden zien? Het is alsof moeder natuur ons even vrij geeft, ijsvrij van de eeuwige druk om gelukkig en succesvol te zijn. Een paar weken lang hoeven we even geen zin in het leven te hebben, mag het even echt koud en donker zijn. Buiten is niets te beleven, niemand heeft zin om iets te doen. Takenlijstjes mogen verslonzen, wasjes mogen zich opstapelen, en levensdoelen mogen even op de plank gezet worden in ruil voor lamlendige lange ochtenden waarin je geen zin hebt om uit bed te komen maar eigenlijk ook niet om er in te blijven.

En altijd volgt na een paar weken ineens die ochtend waarop alles anders is. Wat het precies is, weet je niet – misschien is de grijze lucht een tint lichter, misschien floot er ergens een vogel – maar je voelt met je hele lijf: de lange nacht is voorbij. Buiten wacht het leven, het o zo mooie leven.