Een Padvinder

Grapje moet kunnen

1 augustus 2019

Nadat ik uit de kast was gekomen veranderde mijn naam in het dorp waar ik opgroeide al snel in Siep (naar de voormalig zanger van De Kast). Siep was een jongen die alles prima vond; harde homograppen liet hij lachend over zich heen komen en hij maakte er vaak zelf moeiteloos een paar overheen. Ik was dan misschien homo, maar ik was niet van plan een zeurende homo te zijn.

Het was rond die tijd dat cabaretier Hans Teeuwen in het tv-programma Bimbo’s en Boerka’s op het matje werd geroepen voor zijn grappen over moslims, een gewaagde onderneming die pijnlijk mislukte; Teeuwen zat volledig op zijn gemak in de studio en had op iedere vraag een gevat antwoord. Een van zijn sterkste uitspraken vond ik: “Alles wat status heeft, heeft ook een vorm van macht en macht corrumpeert altijd. Er moet geridiculiseerd kunnen worden. Als dat niet meer kan, krijg je enge toestanden, dictaturen enzo.” Hierin vond ik voor mijzelf een morele bevestiging van wat ik al die tijd al voelde: een grapje moet kunnen.

Toch merk ik de laatste tijd bij mezelf een groeiend ongemak over al die ‘grapjes’ die moeten kunnen. Veel van deze grappen hebben volgens mij namelijk evengoed een element van macht. Neem de terugkerende grap over dat moslims geitenneukers zijn, een grap die ik vaak genoeg recht in het gezicht van moslims gemaakt heb horen worden - niet verkeerd bedoeld, grapje moet kunnen. Maar intussen worden moslims op een subtiele manier wel neergezet als inferieur en ongecultiveerd. Het is een machtsspelletje. Kun je meelachen, dan ben je oké, want je doet niet moeilijk. Ga je ertegenin, dan loop je te zeuren en loop je het risico verder geridiculiseerd te worden.

Teeuwen hekelt later in het programma het ‘monopolie op beledigd zijn’ dat gelovigen menen te hebben: “Denken jullie dat ik op tv geen dingen zie waardoor ik mij beledigd voel? Maar je ontwikkelt daar eens schild voor, dat doe je in een vrije samenleving!” Daar zit echter volgens mij een belangrijke denkfout. Teeuwen heeft makkelijk praten met zijn ‘schild’; hij behoort zelf niet tot een groep die bij voorbaat al 3-0 achterstaat in de samenleving, een groep voor wie iedere ridiculisering een steek in de rug is, een bevestiging dat ze er nooit helemaal bij zullen horen. Grappen kunnen een krachtig wapen zijn - en moeten juist daarom misschien niet altijd kunnen.