Column

Even helemaal niets

Niets doen

“Lekker hè, die vakantie. Even helemaal niets.” Ik hoor het m’n moeder zo zeggen tegen de langslopende buurvrouw terwijl ze ondertussen de was ophangt, m’n broertje aanspoort om nu eindelijk de hond eens uit te laten én die ochtend al een heel boek heeft uitgelezen. Zelf verzucht ik soms ’s avonds tegen mijn huisgenoten: “Ik heb vandaag echt helemaal niéts gedaan!” Daarmee bedoel ik dan over het algemeen: drie afleveringen van een serie gekeken, geluncht met een vriendin, koffie gedronken met een studiegenoot, boodschappen gedaan en een halve middag gelezen. ‘Niets’ blijkt nog een boel te kunnen betekenen.

Nietsdoen lijkt dan ook niet zozeer te duiden op het ontbreken van activiteit, maar op een gebrek aan nut van die activiteit. Je tijd van leven is beperkt en verspilde tijd is het verlies van levensmogelijkheid. Zonde. En dus voelen we ons schuldig als een protestants jongetje dat stiekem zijn pornoboekje openslaat wanneer we die vierde aflevering Orange is the new black aanklikken. Met uitzondering van de vakantie dus, waarin we ‘even helemaal niets’ hoeven. Dat lijkt in eerste instantie een tegenreactie op het nuttigheidsdenken van onze samenleving, maar houdt beheerst nietsdoen het systeem bij nader inzien niet juist in stand? Drie weken lapzwansen om de overige 49 weken een nuttige burger te kunnen zijn.

Mijn zomervakantie was daarop geen uitzondering. Maar liefst twee maanden deed ik helemaal niets (‘nuttigs’) en inderdaad: eind augustus stond mijn dadendrang in volle erectie. Ik had genoeg stilgestaan, wilde weer vooruit: studeren, nuttig zijn, aan m’n toekomst werken.

Jack uit De kunst van het wachten, een van de mooiste boeken die ik tijdens het nietsdoen las, trekt dit ‘vooruit willen’ in twijfel en verheft het nietsdoen tot een kunst op zich, een stil protest tegen een samenleving die altijd maar vooruit rent zonder ooit eens écht stil te staan en zich af te vragen waarheen hij eigenlijk op weg is. Jacks zoektocht intrigeert me: waar ren ik zelf eigenlijk zo hard naartoe (of van weg)? Sinds ik het boek uit heb, doe ik elke avond even niets, écht niets, zoals de wachtenden in Nolens’ verhaal, zoals oude mannen in het park, niets dan op m’n balkon zitten en voor me uit staren naar alle mensen die langskomen en die zo druk bezig zijn met iets.