Reportage

Een gemeenschap als gelijkenis

foto-eerste-broeders-uitgeknipt

Aan de buitenkant van de Verzoeningskerk hangen foto’s uit het leven van broeder Roger. Roger als klein jongetje met zijn broers en zussen. Roger lachend met paus Paulus VI als twee oude vrienden. De mooiste vind ik een foto uit de beginjaren van de gemeenschap: vijf broeders buiten aan tafel, als een familie, samen een eenvoudige maaltijd delend. Dit jaar is het 75 jaar geleden dat de protestantse theologiestudent Roger Schutz op de fiets de veiligheid van het neutrale Zwitserland ‘ontvluchtte’ in de overtuiging dat hij in het bezette Frankrijk meer voor zijn medemensen kon betekenen. In het bijna uitgestorven plattelandsdorpje Taizé trof hij een oude vrouw aan die hem vroeg of hij alsjeblieft wilde blijven. Dat deed hij. Tijdens de oorlog ving hij er met zijn zus vluchtelingen op. Na de oorlog kwam hij terug met een paar broeders om in gemeenschapsleven een teken van Gods liefde te kunnen zijn. Vijfenzeventig jaar later is het dorp verre van uitgestorven. De ‘gelijkenis van gemeenschap’ bestaat inmiddels uit een meer dan honderd – protestantse én katholieke – broeders die jaarlijks tienduizenden jongeren ontvangen. 2015 is niet alleen de 75e verjaardag van de gemeenschap, het is ook 10 jaar geleden dat broeder Roger, die afgelopen mei 100 zou zijn geworden, om het leven kwam. Een bijzonder jaar dus. Hoe staat de gemeenschap hier bij stil? En hoe zit het leven van een broeder in Taizé er anno 2015 uit?

Nieuwe solidariteit

“Natuurlijk is er veel veranderd,” zegt broeder Aloïs, de huidige prior van de gemeenschap, “maar het belangrijkste is er nog altijd. Broeder Roger zag het gemeenschapsleven als een gelijkenis zoals Jezus die geeft in de bijbel, een eenvoudig verhaal om iets veel groters te begrijpen: dat God liefde is, en niets dan liefde. Die parabel vormt nog steeds de kern van onze gemeenschap. Maar er is ook veel veranderd. In de beginjaren was er veel aandacht voor het verdeelde Europa, inmiddels zitten onze broeders over de hele wereld. Ook de vragen van de vele duizenden jongeren die ons sinds de jaren ‘70 ieder jaar weer bezoeken veranderen, er is meer behoefte gekomen aan basale vragen als ‘Wie ben ik?’ en ‘Wat is de zin van het leven?’, ‘Hoe kan ik in God geloven?’ Maar daarbij vergeten we nooit dat het evangelie ons ook leert verder dan onszelf te kijken, onze ogen naar buiten te openen. We spreken niet voor niets steeds over de ‘nieuwe solidariteit’, dat is nog even belangrijk als toen Taizé begon. En dat mag niet alleen een maar mooi idee zijn, we vragen ons altijd af: hoe kunnen wij het evangelie leven? Een heel praktisch voorbeeld is dat we pasgeleden met een aantal broeders naar Oost-Oekraïne zijn gegaan om daar de jongeren te ontmoeten, ze te laten weten dat de wereld hen niet vergeten is, om zo ons kleine beetje bij te dragen.”

N(i)et zo bijzonder

Volgens de uit Nederland afkomstige broeder Jasper moeten we ons dit ‘evangelie leven’ tegelijkertijd niet te groots voorstellen. “Jongeren die hier voor een week op bezoek zijn, zien ons in onze witte gewaden in de kerk en denken dat we allemaal een soort heiligen zijn, maar als ik de wc schoon maak of een potje volleybal speel met mijn broeders, zie ik echt niet continu het beeld van Christus voor me. Juist het banale, het samen afwassen, is een belangrijk deel van het gemeenschapsleven. Als iemand broeder wil worden om alleen maar grote spirituele ervaringen te hebben, mist hij 80% van waar het leven hier om gaat. Tegelijkertijd moet je de grote dingen niet uit het oog verliezen, we zijn geen organisatie die leuke jongerenkampen organiseert, uiteindelijk zit ik hier wel in het vertrouwen dat God dat wil. Beide kanten zijn belangrijk en moet je ten volle proberen te leven. Als ik bezoekers iets kan meegeven, hoop ik dat dat is dat ons leven niet bijzonderder is dan dat van hun. Christen zijn doe je voor de volle honderd procent. Dat is in Nederland net zo bijzonder als in Taizé, misschien nog wel bijzonderder.

De eerste jaren

Als ik ’s morgens vroeg met een paar honderd anderen naar de kerk loop voor het ochtendgebed, loop ik weer langs de foto van de eerste vijf broeders buiten hun eenvoudige huis. Het is moeilijk voor te stellen hoeveel er in een paar decennia veranderd is. Van een paar broeders in een verlaten Frans plattelandsdorpje naar meer dan honderd broeders en meer dan honderdduizend bezoekers per jaar. Als je ‘s zomers per ongeluk en onwetend door het dorp zou rijden, denk je eerder aan een festival dan aan een klooster.
Iemand die al deze veranderingen van heel dichtbij heeft meegemaakt, is broeder François. Hij kwam in 1951 als dertiende broeder naar Taizé. De gebeden vonden toen nog plaats in het kleine romaanse dorpskerkje, de gemeenschap leefde van een eigen boerderij en er was veel aandacht voor muziek, kunst en theologie. “Ook werden heel voorzichtig de eerste oecumenische contacten gesmeed, destijds iets heel ongewoons. Dat veranderde in 1958 met paus Johannes XXIII. Frère Roger werd uitgenodigd voor diens installatie en toen die twee elkaar ontmoetten ‘herkénden’ zij elkaar, ze vonden in de ander waar ze naar op zoek waren. In 1969 kwamen de eerste twee katholieke broeders naar Taizé. Nu klinkt dat heel gewoon, maar je moet je voorstellen, dat leek toen onmogelijk! Mensen zeiden: ‘dat kan niet!’ Maar het kon toch.”

Overspoeld

In die jaren begonnen ook steeds meer bezoekers langs te komen, zóveel dat broeder Roger in 1970 tegen zijn medebroeders zei: “Vinden jullie het goed als we de westmuur van de kerk afbreken? We moeten er een tent aan zetten, anders past het niet!” François, lachend: “En dat gebeurt niet vaak met een kerk!” Destijds vond hij het allemaal prachtig dat dat gebeurde. “Als je ouder wordt, ben je wat minder plooibaar, maar als je jong bent is dat allemaal heel vanzelfsprekend. Broeder Roger veranderde altijd alles, had altijd nieuwe ideeën. In die zin is het misschien nu ook weer niet zo anders dan in het begin.”
De erfenis van frère Roger

“Om stil te staan bij dit jaar, zijn we samen met jongeren gaan nadenken over de erfenis die broeder Roger ons heeft nagelaten, en over waar we nu zijn,” vertelt de Portugese broeder David. “Dit mondde uit in de zoektocht ‘Naar een nieuwe solidariteit’ die begon in 2012 en deze zomer wordt afgerond met een speciale week waarin alles bij elkaar komt. Van 9 tot 16 augustus verwelkomen we jongeren tussen de 18 en 35 jaar om samen na te denken over hoe we solidariteit in de praktijk kunnen brengen. Er zullen allerlei soorten workshops zijn van o.a. vertegenwoordigers van internationale organisaties, politiek leiders, en religieuze gemeenschappen die sterk sociaal betrokken zijn. Daarnaast zal er veel ruimte zijn om met elkaar na te denken over bijvoorbeeld alternatieven voor een eerlijker ontwikkeling van onze samenlevingen en over hoe we solidariteit in de praktijk kunnen brengen.”

Broeder Roger zou gezegd hebben dat hij soms maar weinig van het evangelie begreep, maar dat dat voor hem geen reden was om bij de pakken neer te zitten; eerder een reden om dat kleine beetje wat hij wél begreep in de praktijk te brengen. “Jouw kleine geloof is genoeg.” Ik denk dat dit mij het meest raakt in het leven van de broeders: het onbegrensde enthousiasme voor het evangelie. Niet zozeer wanneer het op geloofswaarheden aankomt, en zeker niet wanneer deze tot verdeling leiden, maar het evangelie als oproep om in de wereld te zijn.

Uit de wereld

Niet alleen zijn de broeders van Taizé tegenwoordig over de hele wereld verspreid, er wonen ook broeders uit de hele wereld in Taizé. “Natuurlijk is dat een uitdaging, maar een goede uitdaging,” vertelt broeder François. “Voor sommige broeders uit andere werelddelen is het verschil met het leven dat ze gewend zijn te groot, het is dan niet mogelijk voor ze om hier te blijven. Voor Latijns-Amerikanen was er bijvoorbeeld lange tijd zozeer een verlangen om los te komen van het juk van de Europese en Noord-Amerikaanse overheersing, dat het heel moeilijk voor hen was om hier te komen. Europa heeft nog te sterk het imago van de rijke overheerser. Ik denk dat daar nog een hele taak ligt voor de toekomst, om nog meer met broeders uit alle werelddelen echt een eenheid te zijn.”

Pinkstervuur

Volgens broeder Roger was Pasen het belangrijkste feest. “Zonder de opstanding zouden wij hier nu niet zitten.” Ik was in Taizé tijdens Pinksteren, het prachtige einde van de Paascyclus. De cyclus gaat volledig over Jezus: zijn lijden, dood, het mysterie van zijn opstanding, en ten slotte de hemelvaart. De mensen blijven verbijsterd achter. Weg Grote Redder, nu moeten ze het alleen zien te redden. Pinksteren is het moment dat ze de geest krijgen, dat wanhoop omslaat in roeping: er staat ons iets te doen, de wereld wacht op ons! Het doet me soms een beetje denken aan de broeders. De wereld stond even stil toen duizenden mensen Roger naar zijn laatste rustplaats begeleidden. Maar de wereld draait verder. Het vuur brandt voor in de kerk. Tienduizenden jongeren komen ieder jaar weer om de ‘gelijkenis van gemeenschap’ te horen. Ieder in zijn eigen taal.

KADER: 75 jaar Taizé in het kort

Gefascineerd door het idee van een gemeenschappelijk leven rondom Christus, begon de protestant Roger Schütz in 1942 met een paar andere jonge mannen een kleine gemeenschap. In 1949 legden de eerste zeven broeders van Taizé gezamenlijk hun levensgelofte af en vanaf dat moment groeide de gemeenschap gestaag. Sommige broeders gingen in kleine fraterniteiten over de hele wereld tussen de armen leven. Vanaf 1970 traden ook katholieke broeders toe en begon tevens een steeds groter aantal jongeren de gemeenschap te bezoeken om een tijdje mee te leven in het leven van de broeders en om elkaar te ontmoeten. In de zomerweken trekken deze ontmoetingen tegenwoordig enkele duizenden bezoekers. In 2015 is het 75 jaar geleden dat broeder Roger voor het eerst naar Taizé kwam. Dit wordt gevierd met o.a. een week gewijd aan ‘een nieuwe solidariteit’, een week waarin (jonge) religieuzen uit de hele wereld elkaar kunnen ontmoeten, en een internationaal symposium. Meer info op taize.fr.