Een Padvinder

Dit nooit weer

1 juni 2019

Het is wederom rustiger bij de dodenherdenking in Vianen dan het jaar ervoor; er zijn steeds minder overlevenden en de afstand van wie na hen kwam tot de oorlog wordt groter. De oecumenische kerkdienst voorafgaand aan de herdenking – ooit vooruitstrevend – doet inmiddels gedateerd aan. De dominee weet me eerst nog te boeien met zijn preek over hoe vrijheid evengoed verantwoordelijkheid betekent, maar ik haak niet als enige af wanneer hij over de liefde van God begint.

Toch zit ik ieder jaar weer trouw in de kerkbanken, hier op de plek waar ik opgroeide. Waarom? Het is denk ik mijn leven lang vooral mijn opa geweest – en sinds vorige zomer de herinnering aan hem – die mij hier naartoe brengt. Hij sprak nauwelijks over de oorlog, maar de stilte sprak ook toen ik kind was al boekdelen. Wat hij precies heeft meegemaakt in die jaren zal ik nooit begrijpen, maar wat ik wel begrijp, is te vatten in die drie woorden die zo vaak klinken bij de herdenking: dit nooit weer.

Ook de moslimgemeenschap is al jaren bij de Viaanse dodenherdenking betrokken. Een man leest tijdens de kerkdienst een gedicht voor over een Palestijns jongetje dat ‘vuur tussen de vingers groeit’. Wanneer het gedicht in vurig Arabisch door de kerk galmt, hangt de spanning voelbaar in de lucht, hier en daar wordt ongemakkelijk in de banken geschoven. Ik weet dat veel mensen hier, zeker van de generatie die de oorlog heeft meegemaakt, moeite hebben met de groeiende aanwezigheid van de islam in Nederland. Ook de kritische boodschap van het gedicht zal niet bij iedereen even goed landen, er zitten mensen in de banken die vierkant achter Israël staan. Ik merk dat ik met gekromde tenen zit: moeten we deze spanning wel willen opzoeken tijdens zo’n toch al gevoelig moment als de dodenherdenking?

En dan vallen weer die woorden: dit nooit weer. Een van de engste dingen aan de Tweede Wereldoorlog vind ik dat het nog geen 65 jaar geleden is dat hier in het beschaafde West-Europa een bevolkingsgroep eerst werd gedemoniseerd en vervolgens bijna volledig is uitgeroeid. Het is naïef om te denken dat zoiets nu niet meer zou kunnen gebeuren. Daarom is het belangrijk om elkaar te blijven opzoeken, juist wanneer de verschillen groot zijn, juist wanneer er spanning is, om samen uit te spreken: Het is misschien niet altijd makkelijk om samen te leven, maar we gaan het nooit meer zo ver laten komen.